
Het oordeel moet beginnen bij Gods huis
Het tweede deel uit de serie ‘Wat mag opwekking ons kosten?’
Ik geloof niet dat ik ooit een moeilijker boodschap heb moeten brengen dan deze. Toch kan ik haar niet ontwijken, want de Schrift zegt: Het oordeel begint bij het huis van God (1 Petrus 4:17). Wanneer een land in verval raakt, richten christenen hun aandacht gemakkelijk op de regering, de maatschappij of de zonden van ongelovigen. Maar God begint ergens anders. Hij begint bij Zijn eigen huis.
De profeet Ezechiël laat ons zien waarom. In Ezechiël 8 brengt God hem in de tempel van de HEERE. Daar, in Gods eigen heiligdom, ziet hij afbeeldingen van afschuwelijke dieren en afgoden. Zeventig oudsten van Israël staan ervoor, met wierookvaten in hun handen. Wierook spreekt van aanbidding. De leiders van Gods volk aanbidden dus demonische machten, midden in de tempel die aan de HEERE is gewijd.
Maar God zegt: “U zult nog grotere gruwelen zien.” Bij de ingang zitten vrouwen te huilen om Tammuz, een heidense vruchtbaarheidsgod. Verderop staan vijfentwintig mannen met hun rug naar de tempel en hun gezicht naar het oosten, waar zij de zon aanbidden. Het schokkende is niet alleen dát deze dingen gebeuren. Het schokkende is dat ze plaatsvinden in Gods huis en worden gepleegd door mensen die Hem zouden moeten dienen.
Daarom zegt God dat Hij in grimmigheid zal handelen. Zelfs wanneer zij luid tot Hem roepen, zal Hij niet luisteren.
Wie zucht en uitroept
In Ezechiël 9 wordt het oordeel beschreven. Een man in linnen krijgt de opdracht door Jeruzalem te gaan en een teken te plaatsen op het voorhoofd van allen die zuchten en uitroepen over de gruwelen die in de stad plaatsvinden. Daarna komen de uitvoerders van het oordeel. Zij mogen niemand aanraken die het teken draagt, maar hun opdracht luidt: “Begin bij Mijn heiligdom.”
Er was maar één categorie mensen die werd gespaard: degenen die zuchten en uitriepen vanwege deze gruwelijke praktijken. God zocht toen, en zoekt nog steeds, mensen van wie het hart gebroken is door wat Hem onteert.
Daarom stel ik u een persoonlijke vraag: is dit ook uw houding? Zucht en roept u uit over wat er gebeurt, of hebt u besloten ermee te leven? Bent u werkelijk bedroefd over de afval, de verwarring en de goddeloosheid, of bent u vooral bezig uzelf geestelijk aangenaam te vermaken?
Ik geloof dat de zichtbare, belijdende kerk in Amerika — en breder in de westerse wereld — even werkelijk door geestelijke onreinheid en gruwelen is geïnfiltreerd als de tempel in de dagen van Ezechiël. Ik verwacht niet dat iedereen mij hierover ‘leuk en aardig’ zal vinden, maar in mijn ogen wordt deze ontwikkeling in belangrijke mate bevorderd door feministische en homoseksuele groeperingen. Zij verontschuldigen zich daarvoor niet, maar dragen hun opvattingen openlijk uit en oefenen agressief invloed uit. Dit denken is doorgedrongen tot de kerkelijke leiding, theologische opleidingen, universiteiten en het burgerlijk bestuur.
De rebellie van de jaren zestig, juist op dit gebied, is niet verdwenen. Zij is respectabel geworden en heeft de machtscentra bereikt. Wat de Schrift immoraliteit noemt, wordt nu voorgesteld als persoonlijke voorkeur. De mens bepaalt zelf wat goed is. Zelfs de Bijbel wordt zo uitgelegd dat de slang als bevrijder verschijnt, Eva als heldin in haar zoektocht naar wijsheid en God als een jaloerse tiran die Zijn eigen positie verdedigt. Daarmee worden de rollen omgekeerd: God wordt voorgesteld als satan en satan als God.
Dat is geen onschuldige academische beweging. Het is rebellie tegen Gods geopenbaarde waarheid.
Geestelijke gaven zijn geen bewijs van karakter
Amos beschrijft mensen die comfortabel leven, genieten van goede muziek, overvloedig eten en zichzelf verzorgen, maar “niet bedroefd zijn over de breuk van Jozef” (Amos 6:6). Ik heb gezegd dat dit in sommige opzichten een beeld is van een deel van de charismatische beweging. Niet van iedere charismatische christen, maar wel van een geestelijke cultuur waarin alles aanwezig kan zijn, behalve gebrokenheid.
Men kan grote conferenties bezoeken en genieten van uitstekende muziek en begaafde sprekers, terwijl men nauwelijks bewogen is met de verlorenen en met mensen die nooit één prediker horen. Dat is niet de Geest van Jezus. De Geest van Christus is nederig, bewogen, liefdevol en opofferend.
U kunt in tongen spreken, wonderen doen en demonen uitdrijven. Dat zijn uitingen van de inwonende Heilige Geest. Maar een uiting verandert uw karakter niet. Wanneer u vóór het ontvangen van een gave zelfzuchtig, hebzuchtig en verwaand was, kunt u dat daarna nog steeds zijn. Gaven zijn geen onderscheidingen en vormen geen bewijs van geestelijke volwassenheid. Het zijn werktuigen die gebruikt moeten worden in de dienst van de Heer.
Het fundamentele probleem van onze tijd is eigenliefde. Iemand kan zeer charismatisch en tegelijkertijd zeer zelfgericht zijn. Daarom moeten wij niet alleen vragen welke manifestaties aanwezig zijn, maar ook welke vrucht zij voortbrengen.
God begint bij de profeten
In Ezechiël 22 noemt God vier groepen: profeten, priesters, vorsten en het volk. Opvallend genoeg begint Hij niet bij het volk of bij de regering. Hij begint bij de profeten. Zij behoren Gods wil en Gods wegen aan Zijn volk bekend te maken. Wanneer hun boodschap vals is, raakt het hele volk op een dwaalweg.
In tijden van geestelijk verval vermenigvuldigen valse profeten zich. In de dagen van Achab stonden honderden valse profeten tegenover Elia en later tegenover Micha. Waarom zouden wij aannemen dat de verhoudingen in onze tijd vanzelf gunstiger zijn?
Deuteronomium geeft ons twee duidelijke toetsen. Een profeet kan een teken aankondigen dat werkelijk plaatsvindt en toch vals zijn, wanneer hij mensen van de geopenbaarde wil van God afleidt. Een bovennatuurlijke manifestatie is dus nooit voldoende bewijs dat een boodschap van God komt. De tweede toets is eenvoudig: wanneer iemand in Gods Naam iets voorspelt dat niet gebeurt, heeft God dat woord niet gesproken.
Daarom moeten profetieën worden beoordeeld. Het is onschriftuurlijk mensen vrijuit te laten profeteren zonder dat hun woorden worden getoetst, want ieder mens is verantwoordelijk voor wat hij in Gods Naam zegt. Wie de Schrift niet kent, staat open voor misleiding.
Wees ook voorzichtig met buitenbijbelse openbaringen. Van de Schrift hebben wij Gods garantie: alle Schrift is door God ingegeven. Bij iedere andere openbaring moet u vragen: wie geeft mij de garantie?
Jezus waarschuwde dat er aan het einde van het tijdperk veel valse profeten zouden opstaan en velen zouden misleiden. Wie zegt: “Mij kan dat niet overkomen”, is al misleid. De ware profeet staat in de raad van de HEERE.
Hij wacht als een dienaar op het woord van zijn Meester. Hij spreekt niet om mensen te vleien, maar om hen van hun slechte weg terug te brengen. Een profeet van God sluit nooit een compromis met het kwaad.
De muur herstellen en in de bres staan
Na alle zonden te hebben opgesomd, zegt God in Ezechiël 22:30: “Ik zocht naar iemand onder hen die een muur kon bouwen en voor Mijn aangezicht in de bres kon staan ten behoeve van het land, zodat Ik het niet te gronde hoefde te richten, maar Ik vond niemand.”
Eén mens had de geschiedenis kunnen veranderen. Denk maar aan Mozes.
God zocht iemand die twee dingen zou doen: de muur herstellen en in de bres staan. De muur spreekt van herstel; in de bres staan spreekt van voorbede. Die twee horen bij elkaar. Voorbede is niet eenvoudigweg een paar uur bidden. Het is een positie tussen God en degenen over wie Zijn oordeel dreigt. Een voorbidder zegt: “Heer, zij verdienen Uw oordeel, maar als U hen slaat, zult U eerst mij moeten treffen.” Voorbede is een neergelegd leven.
De afgebroken muren moeten eveneens worden hersteld. Een muur maakt onderscheid en stelt grenzen. In de hedendaagse kerk zijn veel door God gegeven scheidslijnen afgebroken. In Genesis zie ik twee grenzen die God bijzonder ernstig bewaakt: de grens tussen het menselijke en datgene wat voortkwam uit het ingrijpen van gevallen engelen in de dagen van Methusalach en Noach, en de grens tussen man en vrouw, die in Sodom en Gomorra werd geschonden in de tijd van Abraham.
Wanneer het door God gegeven onderscheid tussen mannelijk en vrouwelijk bewust wordt uitgewist, geloof ik dat het oordeel zeer dichtbij is. Daarbij gaat het mij niet om het voorschrijven van kledingmode. Deuteronomium 22:5 maakt duidelijk dat mannen herkenbaar als mannen en vrouwen herkenbaar als vrouwen behoren te leven. De moderne aanval richt zich niet alleen op kleding, maar op de scheppingsorde zelf. Zelfs onze taal wordt veranderd om het onderscheid tussen man en vrouw, en tussen echtgenoot en echtgenote, weg te nemen.
Wij worden ondermijnd zonder te beseffen dat de grond onder onze voeten wordt weggegraven.
Daarom moet het oordeel beginnen bij Gods huis. Wij, die beweren God te vertegenwoordigen, hebben Hem niet trouw weergegeven. Wij hebben compromissen gesloten op terreinen waarop God nooit een compromis zal sluiten.
Mijn bedoeling is niet u materiaal voor een discussie te geven, maar materiaal om over te bidden. De vraag is niet allereerst wat er mis is met de wereld. De vraag is: waar is de man of vrouw die zucht en uitroept, de muur herstelt en in de bres gaat staan?
Lees de onderwijsbrief in de oorspronkelijke opmaak:
Download de onderwijsbrief als pdf
Lees verder
Meer Bijbelstudies
01De Redder die ook Rechter isLeestijd: 18 min. Jezus Christus als Rechter In de prediking, in gesprekken, in de manier waarop christen…Lees de studie
02Wat het kruis werkelijk voor ons heeft veranderdLeestijd: 15 min. De weg die God voor ons heeft gebaand, is door de dood van Jezus Christus namens ons. A…Lees de studie